WAT HOORT NIET THUIS OP ONS BORD ?

Door menselijke activiteit wordt het milieu verontreinigd met heel wat chemische stoffen. Denk maar aan de massa's plastic en afval die in de oceaan rond drijven. Zeedieren en vogels beschouwen het vaak als voedsel. Door het blokkeren van hun spijsverteringsstelsel en het wegnemen van het hongergevoel betekent dit de dood voor miljoenen dieren. Ze kunnen verstrikt raken in achtergelaten ronddrijvende delen van netten of grotere stukken plastic die ze blijven mee slepen rond hun lichaam wat tot pijnlijke open wonden kan leiden, tot misgroeiingen van het schild van zeeschildpadden. Afval dat op het vasteland op en in de bodem terecht komt wordt via het oppervlaktewater afgevoerd naar beken en rivieren en komt uiteindelijk in zee terecht. Denk bijvoorbeeld aan de kleine stukjes rubber van onze autobanden die afslijten en in het milieu terecht komen. Men vindt die in heel kleine deeltjes terug in mosselen. En zo komen alle polluenten die de mens in het milieu loost vooral via de zee, de dieren die erin leven en die we opeten op ons bord terecht. Men spreekt van bio-accumulatie. Heel wat persistente organische polluenten (POP's) zijn vetoplosbaar en binden zich aan vetten in organismen. Ze hopen zich op in het vetweefsel van het organisme en kunnen via de voedselketen doorgegeven worden aan andere organismen, die weer aan hogere concentraties worden blootgesteld, tot de organismen aan het einde van de voedselketen, meestal vleeseters, de mens, die aan de hoogste doses worden blootgesteld. Eén derde van wat de mens uit de oceaan haalt wordt vermalen tot vismeel en wordt gebruikt als veevoeder of voeder voor kweekvis. Op die manier komen POP's uit de zee via de dierlijke voedselketen op ons bord terecht. De oceaan is een toiletpot voor al onze chemische verontreinigende stoffen en afval in het algemeen, een toiletpot die nooit doorgetrokken wordt. Dioxines, pcb's (vooral te vinden in sardienen, zalm, haring en blauwvin tonijn), zware metalen zoals methylkwik (vooral in tonijn en makreel), microplastic, brandvertragers... polluenten die slechts heel traag uit het milieu verdwijnen, die we zelf door dierlijk voedsel te eten opstapelen in ons eigen vetweefsel. Er wordt geschat dat het 30 tot 40 jaar zou duren voor ze uit ons lichaam uitgewassen zijn.

Het is aanbevolen om biologisch gekweekte groenten en fruit te consumeren. Nochtans gebruiken bio-boeren soms natuurlijke verdelgingsmiddelen die ook schadelijk zijn voor de gezondheid. Los 1 soeplepel natriumbicarbonaat op in 1 liter water en leg je groenten en fruit hierin een kwartiertje te week. Spoel daarna goed af. Op die manier ga je de meeste schadelijke stoffen verwijderen.

Vergeten we echter niet dat luchtvervuiling ervoor zorgt dat we via onze ademhalingswegen ook heel wat stoffen opnemen in ons lichaam die er eigenlijk niet in thuis horen. Er bestaat een groeiende eensgezindheid dat luchtverontreiniging een belangrijke impact kan hebben op onder meer luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten.

  • HORMOONVERSTOORDERS

Hormoonverstoorders of EDC's (Endocrine Disrupting Chemicals) zijn chemische stoffen die de van nature in ons lichaam voorkomende hormonen nabootsen of ingrijpen op de werking daarvan en het natuurlijke evenwicht uit balans brengen. Dit komt doordat ze het transport, de aanmaak of omzetting (metabolisatie) van hormonen beïnvloeden, of rechtstreeks inwerken op de hormoonontvanger (receptor) waardoor ze zelf een effect teweegbrengen of het effect van het natuurlijk hormoon blokkeren.

Hormonen fungeren als een soort intern communicatiesysteem van het lichaam. Ze zijn betrokken bij allerlei processen, zoals de voorplanting, de stofwisseling (bijvoorbeeld hongergevoel, opname en afbraak van voedingsstoffen) en onze emoties (bijvoorbeeld stress, blijheid, activiteit, etc.). Daarnaast zijn hormonen op celniveau actief en kunnen op dat niveau ook regulerend werken op de DNA-expressie, wat vervolgens weer zijn effect heeft op wat de cel gaat doen (bijvoorbeeld zich delen, dood gaan, vet opslaan, andere stoffen aanmaken etc.).

Wanneer een lichaamsvreemde stof aangrijpt op (delen van) het hormoonsysteem kan dit een effect hebben op dit interne communicatiesysteem, wat kan leiden tot verstoring van bijvoorbeeld de stofwisseling, voortplanting gerelateerde processen, immunologische processen of gedrag.

Over de mogelijke schadelijke effecten van EDC's bestaat een groeiende consensus. Grote discussie blijft of ze ook schadelijk zijn in de geringe concentraties waaraan we dagelijks worden blootgesteld. Dat is bijvoorbeeld het belangrijkste argument waarom het Europese Voedselagentschap EFSA meent dat Bisfenol A, gezien de dagelijkse inname zeer gering is, als veilig voor de consument kan worden beschouwd.

Steeds meer experts zijn echter van mening dat er geen 'veilige dosis' voor hormoonverstoorders bestaat.

• Er is weinig bekend over de lange termijneffecten van bepaalde hormoonverstoorders. Bovendien zijn veel mogelijke hormoonverstoorders nog nauwelijks onderzocht.

• Sommige EDC's vertonen een niet-lineair verband tussen dosis en effect. Bijvoorbeeld kunnen verbindingen duidelijke effecten veroorzaken aan lage en hoge dosissen, maar milde effecten aan middendosissen. Daarentegen kunnen andere verbindingen een aanzienlijk effect hebben aan een middendosis en klein effect aan lage en hoge dosissen.

• Bijkomend probleem is dat mensen blootgesteld worden aan meerdere stoffen tegelijk, wat mogelijk tot extra risico's kan leiden.

• Niet alleen de dosis is belangrijk: steeds meer wetenschappelijke studies wijzen op het belang van het tijdstip waarop men blootgesteld worden aan hormoonverstoorders: vooral tijdens de ontwikkelingsfase van het kind zouden zelfs minimale hoeveelheden schadelijk kunnen zijn.

Om die redenen stellen diverse experts dat de standaardmethoden voor het testen van chemische stoffen geen goed beeld geven van de mogelijke schadelijke effecten van EDC's. Een standaardtest tracht meestal te achterhalen wat de hoogste dosis is die zonder schadelijke gevolgen blijft voor een specifiek eindpunt. De strategie die erin bestaat "veilige dosissen" en "drempeldosissen" te definiëren, is echter niet langer van toepassing op alle hormoonverstoorders, zo stelt onder meer de Belgische Hoge Gezondheidsraad.

Volgens vele wetenschappers is het, uit voorzorg, dan ook beter om de blootstelling aan EDC's zoveel mogelijk te beperken, zeker voor zwangere vrouwen en jonge kinderen.

Momenteel zijn er zeker 800 stoffen met hormoonverstorende effecten bekend. Mogelijk bestaan er nog veel meer. Het gaat om natuurlijke hormonen (afkomstig van mens en dier), natuurlijke bestanddelen (mycotoxines, fytoestrogenen in bv. sommige sojaproducten die bewezen positieve effecten hebben op onze gezondheid , ...), zware metalen, synthetische hormonen of farmaceutische stoffen (anticonceptie, geneesmiddelen...), chemische stoffen (zoals ftalaten, parabenen, Bisfenol A, pesticiden, dioxines, PCBs, brandvertragers, enzovoorts).

Ze zitten in alledaagse producten zoals voedselverpakkingen, speelgoed, cosmetica en verzorgingsproducten, schoonmaakproducten, kledij, vloerbedekking, pesticiden, enzovoorts. Ze komen in ons lichaam via onze voeding, inademen of via de huid wanneer we deze producten gebruiken. Een andere bron van blootstelling is stof. EDC's stapelen zich op in huisstof waaraan vooral peuters blootstaan.

Vrijwel iedereen draagt een of meerdere EDC's mee in zijn lichaam. Dat blijkt onder meer uit het Vlaams Humaan Biomonitoringsprogramma, waarbij gehaltes aan vervuilende stoffen in het lichaam van 650 proefpersonen werden bepaald. Bij 99,5 procent van hen bevatte de urine bisfenol A. Sporen van sommige organofosfaten, veel gebruikte insecticiden, kwamen bij meer dan 90 procent van de proefpersonen voor. Andere hormoonverstoorders die werden vastgesteld zijn o.m. vlamvertragers, ftalaten (weekmakers) en parabenen.

Veel voorkomende hormoonverstoorders:

Bisfenol A: Bisfenol A (BPA) wordt gebruikt om plastics (zoals polycarbonaat en epoxy) hard te maken. Het wordt onder meer gebruikt in brilmonturen, elektronica, drinkflessen, speelgoed, thermisch papier voor kassabonnetjes, medisch materiaal, plastic borden en bestek, lijmen, verven, nagellak, enzovoorts. Ook wordt het gebruikt in plastic voedingsverpakking (bv. vershoudfolie, yoghurtpotjes...) en als coating in blikken (voedsel en drank).

BPA is in Europa verboden in cosmetica en zuigflessen, en er geldt een migratielimiet voor BPA vanuit plastic verpakkingsmaterialen naar voedsel.

Bisfenol S (BFS), de stof die als voornaamste alternatief geldt sinds de beperkingen op het gebruik van bisfenol A, is mogelijk even schadelijk.

Ftalaten: Bepaalde ftalaten worden gebruikt als weekmakers voor kunststoffen. Ze worden gebruikt in kunststofvloeren en -tegels, schoenen, waterbestendig textiel, speelgoed (zoals plastic poppen en waterspeelgoed), medische apparaten..., maar ook in cosmetica en parfums, voedselverpakking (van PVC), verven, schoonmaakproducten. In de EU zijn de ftalaten DEHP, DBP en BBP verboden in speelgoed. In speelgoed voor kinderen tot drie jaar oud zijn ook DINP, DIDP en DNOP verboden.

Parabenen: worden aangewend om natuurlijke vezels als wol, zijde en katoen te beschermen tegen bacteriële aantasting . Ze worden toegevoegd aan verzorgingsproducten (zeep, shampoo, lippenbalsem, cosmetica...) om het ranzig worden te voorkomen. Ze worden ook gebruikt als toevoegsel in voedingsmiddelen (E214, E215, E216, E217, E218 en E219).

Gebromeerde brandvertragers (PBDE's): Deze stoffen worden gebruikt om te zorgen voor een vertraagde verbranding. Vlamvertragers vinden we terug in de veel consumptiegoederen: elektronica, meubels, textiel, verf, matrassen, etc. Blootstelling vindt plaats via de voedselketen en via huisraad en huisstof. Gezien het verbod op het gebruik van deze vlamvertragers in onder andere huisraad zal blootstelling aan deze stoffen in de komende jaren dalen.

Perfluorverbindingen worden al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw gebruikt bij tal van industriële processen, van oppervlaktebehandeling van tapijten tot de productie van anti-aanbakpannen. PFOS is de meest toegepaste verbinding.

Organotinverbindingen worden gebruikt als conserveermiddel, stabilisatoren en biociden. Ze zitten in PVC-producten (handschoenen, slippers, verpakking), PVC bedrukking van textiel, verf voor schepen, als desinfectiemiddel,

Tributyltinhydride (TBT) wordt gebruikt voor het coaten van textiel, in PVC vloeren en vloercoatings, en coatings voor bakplaten en bakpapier.

Nonylfenolen zitten onder andere in huishoudelijke schoonmaakmiddelen, cosmetica, textiel en kleding, voedselverpakkingen, speelgoed of vloerbedekking, ontsmettingsmiddelen, PVC folie transparanten, als emulgator in pesticiden en muurverf.

Triclosan: Dit is een anti-bacteriële stof die we vinden in verzorgingsproducten als tandpasta, zeep, shampoo, lotions, deodorant, aftershave, etc.

UV-filters: Sommige UV-filters zoals Benzofenon-3 (oxybenzon), 3-benzylideen kamfer, 4 methylbenzylideen kamfer (4-MBC), 4,4-Dihydoxybenzofenon, benzofenon, ethylhexylmethoxycinnamaat hebben een hormoonverstorende werking. Ze zitten in zonnebrandcrèmes, maar ook in andere cosmetica.

Bestrijdingsmiddelen: Veel pesticiden zoals chlordaan, mirex, linuron, maneb, lindaan, atrazine, ziram, diuron, malathion dithiocarbamaten en vinclozolin zijn hormoonverstorend. Ze kunnen als residu voorkomen op groente en fruit.

PCB's (Polychloorbifenylen) werden tot 1985 veelvuldig toegepast in transformatoren en condensatoren, in verf, inkt, stopverf en weekmakers. Ze zijn in het milieu terecht gekomen door verdamping of lekken uit PCB-houdende toepassingen, voornamelijk aanwezig in de sectoren industrie en energie, door emissie door de chemische industrie, emissie door metallurgische processen, verbranding van materialen die PCB's bevatten en van afvalstoffen (huishoudelijk en industrieel), andere verbrandingsprocessen (o.a. verkeer en huishoudelijke stookinstallaties). Vanwege de gezondheidsrisico's zijn ze sinds 1985 verboden. PCB's zijn moeilijk afbreekbaar en blijven daardoor heel lang in het milieu aanwezig. Ze komen via de milieuvervuiling terecht in voeding. Sinds 2001 is de productie en het gebruik van PCB's wereldwijd verboden. In onze contreien zijn vóór 2003 alle apparaten die PCB's bevatten uit de omloop gehaald. Productie van bestrijdingsmiddelen met chloor is in de meeste landen al zo'n 30 jaar verboden. DDT is het bekendste voorbeeld van een chloorhoudend bestrijdingsmiddel.

Een deel van de PCB's, de dioxineachtige PCB's (DL-PCB's) hebben hetzelfde gezondheidseffect als dioxines.

Er is dus een onderscheid tussen niet-dioxineachtige PCB's, DL-PCB's en dioxines.

Een te hoge inname van niet-dioxineachtige PCB's veroorzaakt bij proefdieren schade aan de schildklier, lever en immuunsysteem en verminderde weerstand en vruchtbaarheid. Niet- dioxineachtige PCB's zijn niet kankerverwekkend.

Ongeveer 1/3 van de PCB's die je binnen hebt gekregen verlaat het lichaam weer via de ontlasting. De rest wordt in het vetweefsel opgeslagen. Afhankelijk van de chemische samenstelling, breekt het lichaam de PCB's in enkele maanden tot tientallen jaren af.

Er werd aangetoond dat deze stoffen ook de hormonale functies bij vissen, zoogdieren , vogels en reptielen verstoren.

De meest bestudeerde verschijnselen van endocriene verstoring bij zoogdieren zijn de effecten bij zeehonden. Tussen 1950 en 1975 was er een drastische daling van de zeehondenpopulatie in de Baltische Zee en het westelijk gedeelte van de Waddenzee. Deze gebieden waren sterk vervuild (en zijn nog steeds vervuild) met vooral organochloorverbindingen zoals DDT (en metabolieten) en PCB's . Er werd een correlatie aangetoond tussen weefselconcentraties van DDT en PCB's en reproductieproblemen.

Verstoring van de reproductie bij visetende vogelsoorten als gevolg van blootstelling aan DDT, PCB's en dioxine-achtige stoffen zijn in Nederland al in 1969 beschreven.

Tijdens haar leven is de vrouw via de voeding blootgesteld aan hormoonverstoorders, die worden opgestapeld in haar vetweefsel. Op het ogenblik dat zij zwanger wordt kunnen deze stoffen de ontwikkeling van de vrucht beïnvloeden, wat aanleiding kan geven tot verstoring van bepaalde neurologische en psychologische processen tijdens de eerste levensjaren.

Onderzoek bij de mens heeft aangetoond dat een hogere blootstelling aan PCB's tijdens de zwangerschap gerelateerd is aan een minder goede motoriek bij een kind van drie maanden. De omgevingsstoffen beïnvloeden ook de neurologische ontwikkeling bij kinderen van 3, 18 en 30 maanden. Bij foetussen kunnen de stoffen de schildklierhormoonstofwisseling, belangrijk voor een goede hersenontwikkeling, beïnvloeden. Daarnaast zijn er effecten op de puberteit: een hogere blootstelling aan PCB's tijdens de zwangerschap is gerelateerd aan een meer gevorderde puberteitsontwikkeling bij jongens en meisjes en beïnvloedt motorische en cognitieve uitkomsten tijdens de puberteit.

Wanneer een moeder haar baby zoogt mobiliseert ze vet uit haar eigen reserves om moedermelk aan te maken. Daarbij komen de opgestapelde hormoonverstoorders vrij en komen ze in de moedermelk terecht. (22)

Uit onderzoek blijkt dat een kwart van de hoeveelheid PCB's in het bloed van adolescenten bepaald is door de duur van de borstvoeding die ze kregen.

Borstvoeding is belangrijk voor de weerstand van het pasgeboren kind, de baby krijgt alzo via de moeder antistoffen die hem beschermen tegen infecties. Borstvoeding is daarnaast ook belangrijk voor de ontwikkeling van de darmflora van de baby. Daarnaast bevat moedermelk alle voedingsstoffen (eiwitten, vetten, suikers, vitaminen en mineralen) die het jonge kind nodig heeft aangepast aan zijn leeftijd. Borstvoeding zorgt voor een innig contact tussen de mama en de baby en zorgt voor een veilig gevoel bij de baby. Borstvoeding oefent en ontwikkelt de kaak-en tongspieren van een baby en het garandeert een optimale hygiënische voeding. In de moedermelk komen endorfines vrij die een relaxerend en goed gevoel geven, zowel aan moeder als baby.

Naast de vele voordelen van het zogen van een pasgeboren baby moet er de dag van vandaag een kanttekening gemaakt worden bij het advies om borstvoeding te geven. Er beginnen stemmen op te gaan om het te beperken tot 3 maanden na de geboorte omwille van de polluenten die het kind mee krijgt in de moedermelk. De eerste maanden zijn evenwel belangrijk om het kind te beschermen tegen infecties via de antistoffen in de moedermelk.

Moedermelk is dus nog steeds de meest aangewezen en natuurlijke voeding voor een pasgeborene, de samenstelling is ook soort specifiek. Het drinken van moedermelk van een ander dier is niet natuurlijk, evenmin als het blijven drinken van moedermelk op latere leeftijd. Eens de tandjes beginnen door te komen (rond 6 maanden) is het aanbevolen om de baby ook vaste voeding te gaan geven. De ijzer reserves van bij de geboorte zijn dan uitgeput en groenten kunnen de ijzerbehoefte opvangen.

Koemelk zorgt ervoor dat een kalf zijn geboortegewicht verdubbelt in 47 dagen, onze eigen moedermelk zorgt ervoor dat onze baby zijn geboortegewicht verdubbelt in 180 dagen. Het verschil zit hem in de hoeveelheid eiwitten: 1g/100g in onze eigen moedermelk, 3,7 g/100g in koemelk. De hoeveelheid vetten is ongeveer gelijk. Het is de hogere concentratie aan eiwitten die ervoor zorgt dat er meer groeihormoon geproduceerd wordt en dat een kalf sneller groeit dan een menselijke baby. Men ziet bij mensen die veel dierlijke zuivelproducten gebruiken dat de hoeveelheid Insuline Like Groeifactor 1 (IGF-1) tot 10% hoger kan zijn in het lichaam. Groeihormoon stimuleert niet alleen de groei van het lichaam maar ook de groei van tumoren. Onze noorderburen behoren tot de grootste mensen ter wereld, hun overvloedige zuivelconsumptie speelt daar een belangrijke rol in.

Bij mannen veroorzaken hormoonverstoorders een vermindering van de spermakwaliteit en een afname van de productie van testosteron.

Daarnaast zorgen hormoonverstoorders voor de omzetting van onze eigen oestrogenen in kankerverwekkende metabolieten wat vooral een rol zou kunnen spelen- althans ten dele - in de toename van het aantal borstkankers. Gelukkig zijn in Vlaanderen maatregelen genomen zodat de hoeveelheid dioxines, PCB's en parabenen in het milieu de laatste jaren sterk is afgenomen. Pesticiden worden echter nog steeds overvloedig gebruikt en in bepaalde gebieden is de bodem nog sterk vervuild. Het zal echter nog enkele tientallen jaren duren alvorens het effect van de geleidelijke eliminatie van hormoonverstoorders uit het milieu en uit de voeding zich zal vertalen in een daling van het voorkomen van hormoongevoelige kankers bij de mens.

Het MIRA achtergrond document over de verspreiding van PCB's in Vlaanderen (18-19) , gepubliceerd in 2011, vermeldt dat een gemiddelde Vlaming van 65 kg (Nederlands gemiddelde) dagelijks 116pg PCB-TEQ (toxicologisch equivalent) opneemt. Hiervan is 34% afkomstig van het eten van vis, 25 % van melk - en zuivelproducten en 17,5% van vlees. Melk en zuivel brengen meer vetten aan dan vlees !

Toxicologische equivalentie-factoren (TEF) drukken de relatieve toxiciteit van dioxineachtige verbindingen uit, relatief t.o.v. de referentieverbinding 2,3,7,8-tetrachlorodibenzo-p-dioxine (de meest toxische dioxine, TEF = 1)

Ons eigen moedermelk bevat 42 pg PCB-TEQ/100 g, meer dan eender welke soort vlees. Ter vergelijking: makreel 3058 pg PCB-TEQ/100g. (cijfers van België , 2000-2001)

De tolereerbare dagelijkse inname voor dioxines en dioxine- achtige PCB's is volgens de WHO 1 tot 4 pg TEQ/kg lichaamsgewicht/dag, volgens de Hoge Gezondheidsraad België 1 tot 2 pg TEQ/kg/dag. Een gemiddelde Belg heeft een gemiddelde opname van 1,78 pg PCB TEQ/kg/dag (gemiddeld lichaamsgewicht 65,48 kg).

Ook eieren van kippen van private eigenaars werden gecontroleerd op de aanwezigheid van PCB's. Men zag bij meerdere private eigenaars dat de norm van 200 ng/g vet voor de som van de 7 merker- PCB's werd overschreden. Dergelijke eieren zouden nooit in het commerciële circuit kunnen terecht komen door de verplichte controles. De PCB's in de eieren zijn gerelateerd aan de besmetting van de bodem waarop de kippen fourageren.

Het is belangrijk zich te realiseren dat de diverse hormoonverstoorders in synergisme hun effect uitoefenen. Dat betekent dat de totale activiteit van meerdere polluenten veel hoger is dan de som van de verschillende substanties.


NATUURLIJKE GESLACHTSHORMONEN IN HET MILIEU

Mens en dier scheiden geslachtshormonen uit via de urine en de stoelgang . Ook synthetische hormonen gebruikt voor o.a. anticonceptie en medische doeleinden worden op deze manier uitgescheiden. Deze hormonen komen ook in het milieu terecht.

In 2001 werd door wetenschappers van de universiteiten van Gent en Antwerpen een rapport gepubliceerd over de impact van hormoon verstorende stoffen op het Noordzee-ecosysteem. (20)

Het meer en meer voorkomen van borstkanker en teelbalkanker, kankers van de baarmoeder en eierstokken, aangeboren afwijkingen van het mannelijk geslachtsorgaan zoals abnormaal gelegen uitmondingen van de plasbuis (aan onderkant van de eikel, halverwege de penis of in de balzak), niet ingedaalde teelballen bij pasgeboren jongetjes en een verminderde spermakwaliteit worden toegeschreven aan blootstellingen aan hormoon verstorende stoffen die in het milieu terecht komen.

Bij een geschat gemiddelde van 10 mg oestrogenen per dag gedurende de hele zwangerschap en met een totaal van ruim 125.000 zwangerschappen per jaar (Nationaal Instituut voor Statistiek 1999(NIS)), bedraagt de totale hoeveelheid oestrogenen uitgescheiden via de urine door zwangere vrouwen in België ongeveer 938 g per dag.

Niet zwangere vrouwen scheiden via de urine ongeveer 30 µg oestrogenen per dag uit. Bij een totaal van ongeveer drie miljoen niet-zwangere vrouwen (NIS, 1999), bedraagt de hoeveelheid oestrogenen uitgescheiden via de urine 90 g per dag.

De totale hoeveelheid natuurlijke oestrogenen uitgescheiden door alle vrouwen via de urine bedraagt ongeveer 1028 g per dag.

Bovendien wordt 20 % van de oestrogenen uitgescheiden via de fecaliën, zodat de totale hoeveelheid oestrogenen uitgescheiden door vrouwen ongeveer 1285 g per dag bedraagt.

Mannen scheiden per dag gemiddeld 11,5 µg oestrogenen uit via de urine . Bij een totaal van ongeveer drie miljoen mannen (NIS, 1999), worden gemiddeld 34,5 g oestrogenen per dag uitgescheiden.

De totale uitscheiding van natuurlijke oestrogenen in het milieu als gevolg van menselijke excretie bedraagt dus ongeveer 1,3 kg per dag.

Bij een gemiddelde geschatte dagelijkse dosis ethinyloestradiol van 35 µg (de actieve component van de anticonceptiepil), bedraagt de totale uitscheiding door de Belgische pilgebruiksters ongeveer 50 gram per dag.

Hoe zit het met de hormoonuitscheiding door consumptiedieren ?

De totale draagtijd bij koeien varieert tussen 277 en 286 dagen. Vanaf ongeveer dag 110 van de dracht begint de productie en uitscheiding van oestrogenen, voornamelijk via de mest, duidelijk toe te nemen. Aan het einde van de dracht bedraagt het totale oestrogeengehalte in de mest gemiddeld 0,5 mg/kg mest. Over de hele dracht betekent dit een uitscheiding van ongeveer 50 µg oestrogenen per kilogram fecaliën. Koeien kalveren gemiddeld de eerste keer op 2,2 jarige leeftijd en worden op een leeftijd van gemiddeld 4,6 jaar afgevoerd voor de slacht (Gezondheidsraad, 1999). Bij een dracht van 280 dagen betekent dit dat zij ongeveer 69 % van hun levensduur drachtig zijn.

De normale dracht van varkens duurt 110 tot 120 dagen. De uitscheiding van oestrogenen gebeurt voornamelijk via de urine. De Gezondheidsraad (1999) heeft de hoeveelheid oestrogenen in de urine geschat op gemiddeld 0,5 tot 1 mg/l gedurende de hele dracht. Met 754000 zeugen in België in 1999 betekende dit een totale oestrogeensecretie via de urine van 2-4 kg/dag.

Kippen scheiden naast oestrogenen ook aanzienlijke hoeveelheden testosteron uit.

Hormonen uitgescheiden door de veeteelt komen via de fecaliën rechtstreeks of onrechtstreeks (na tijdelijke opslag) op het land terecht, waarna ze via uitspoeling in oppervlaktewateren terecht komen. De afbraak van hormonen in het milieu gebeurt vrij traag en onvolledig.

De totale schatting van de uitscheiding van oestrogenen door mens en dier in België bedraagt ruim 5,7 tot 7,7 kilogram per dag. Op jaarbasis betekent dit voor België een oestrogeenemissie van ruim 2,08 tot 2,81 ton! Deze waarden zijn waarschijnlijk een onderschatting aangezien de waarden voor koeien en kippen, respectievelijk 1282 en 1164 g/dag, nog beduidend hoger zouden kunnen liggen. Bovendien zijn andere groepen, zoals paarden, schapen, geiten, konijnen, eenden, ganzen, kalkoenen, parelhoenen en huisdieren niet in rekening gebracht.

Concreet betekent dit dat de dieren die opgefokt worden voor consumptie voor minstens 85% van de uitgescheiden oestrogenen in het milieu verantwoordelijk zijn.

Het afbouwen van de vleesconsumptie zou de hormonenlast in onze oppervlaktewateren (drinkwater) enorm terug dringen.

  • BRANDVERTRAGERS

Brandvertragers zijn de dag van vandaag alom tegenwoordig in onze omgeving.

Gebromeerde vlamvertragers (BFR's) kunnen in het milieu terechtkomen door ongecontroleerde, onzorgvuldige en foutieve toepassing en/of verwijdering van alle mogelijke gebruiksvoorwerpen die BFR's bevatten: computers, televisietoestellen, textiel,

isolatiemateriaal, tapijten, gordijnen, polyurethaanschuimen uit wagens en meubels, sommige verpakkingsmaterialen, constructiematerialen, schuimrubbers ... Omdat gebromeerde vlamvertragers weinig vluchtig zijn, slaan ze neer in de omgeving (op planten, op zwevend stof, in rivierbodems, etc.). Uit deze media komen ze geleidelijk vrij, waarna ze worden opgenomen door mens en dier. De meeste BFR's die in het milieu terechtkomen breken moeilijk af en kunnen lange tijd in het milieu persisteren. Zij worden opgenomen door levende organismen en kunnen net zoals PCB's accumuleren in vetweefsel. Door deze opstapeling zijn de BFR-gehaltes hoger in dieren bovenaan in de voedselketen .

Deze chemicaliën blijven aanwezig in het lichaam, omdat er nagenoeg geen natuurlijke biologische mechanismen bestaan om ze af te breken. Hierdoor zal de hoeveelheid gedurende het ganse leven van het organisme toenemen (= bioaccumulatie). Daarenboven,

gezien het vetoplosbare en persistente karakter, worden deze producten in de natuurlijke

voedselketens doorgegeven van prooi naar predator (= biomagnificatie).

Voorbeelden van gezondheidseffecten voor de mens die verband houden met BFR's zijn:

lever- en nieraandoeningen, endocriene verstoring, verzwakking van het immuunsysteem,

neurologische afwijkingen, kanker en invloed op de voortplanting en ontwikkeling .

Geperfluoreerde organoverbindingen (PFOC's) kunnen in het milieu terechtkomen op dezelfde manier als BFR's. Ook bij het chemisch productieproces kunnen deze materialen terechtkomen in de verschillende compartimenten van het milieu, zo ook in de atmosfeer.

PFCO's zijn ondertussen wereldwijd detecteerbaar, zelfs in de meest afgelegen gebieden zoals Noord- en Zuidpool en zijn afkomstig van een brede waaier industriële en huishoudelijke producten die "gevestigde waarden of producten" zijn in onze westerse maatschappij.

Het gedrag van deze chemicaliën in het milieu is zeer verschillend van dat van de conventionele POP's: ze accumuleren in het bloed, lever en galblaas van het organisme eerder dan in lichaamsvet zoals aangetoond werd voor andere POPs zoals DDT en polychloorbifenyls (PCB's). Ze zijn toxisch voor de lever, de schildklier en de ontwikkeling van het zenuwstelsel.

Brandvertragers worden slechts sinds een tiental jaren bestudeerd in wetenschappelijke studies. De kennis omtrent hun voorkomen in Vlaanderen en hun mogelijke effecten op de menselijke gezondheid is bijgevolg nog zeer beperkt .

In 2009 werd een studie gepubliceerd door de Universiteit van Antwerpen over "Gebromeerde brandvertragers en perfluorverbindingen in Vlaanderen: onderzoek naar verspreiding, humane opname, gehaltes in humane weefsels en/of lichaamsvochten, en gezondheidseffecten."(21)

Vooral kinderen worden blootgesteld aan BFR's en PFOC's .

Men ziet dat de opname van PFOC's per kg lichaamsgewicht per dag met de voeding in heel de populatie het hoogste is bij een baby die borstvoeding krijgt .

Daarnaast zijn de hand-mond activiteiten bij kleine kinderen een belangrijke contactbron met brandvertragers daar men deze stoffen terug vindt in het huisstof.

Tenslotte dient vermeld dat er interacties zijn tussen al deze chemische polluenten (BFR's, PFOC's, PCB's, dioxines, methylkwik, pesticides, ijzer en cadmium). Deze interacties kunnen zowel een versterkende als een afremmende invloed hebben op de optredende gezondheidseffecten.

  • RESTANTEN VAN MEDICATIE

Er bestaat een belangrijke farmaceutische contaminatie van het mariene milieu. Wereldwijd nemen miljoenen mensen massa's medicatie in. In de meeste gevallen om ziekten te behandelen die het gevolg zijn van een ongezonde levensstijl, die met andere woorden te voorkomen zijn: welvaartsziekten als hoge bloeddruk, aderverkalking, hart- en vaatziekten, maagproblemen, te hoge cholesterolwaarden in het bloed, pijnstillers voor artrose (vaak het gevolg van overgewicht), antidepressiva en kalmeermiddelen . Daarnaast heb je de voorbehoedsmiddelen (de pil, hormonenpatches, ....) en medicatie om kankers te behandelen. De westerse mens verwacht maar al te vaak dat ongemakken, ook goedaardige kwaaltjes die veelal spontaan verdwijnen, snel met medicatie moeten bestreden worden. Er worden massa's vrij verkrijgbare medicatie gekocht in winkels, apotheken, via het internet die eigenlijk nutteloos zijn. Grote hoeveelheden niet gebruikte medicatie worden weg gegooid. Wanneer we medicatie innemen worden restanten daarvan terug uit het lichaam verwijderd, meestal via de nieren of de lever. Deze restanten komen in het milieu terecht en via de rivieren in zee . Men heeft de farmaceutische contaminatie in het sediment in de zee en zeedieren bestudeerd, vooral in kustgebieden. Dat komt perfect overeen met het voorschrijfgedrag van artsen en het medicatiegebruik van de mens. (23)

Deze scheikundige stoffen beïnvloeden ook de fysiologische processen in zeedieren.

Via de voedselketen komen ze op ons bord terecht.

Onderzoeken tonen aan dat deze stoffen effecten hebben bij zeer lage dosissen, en hoewel niet-toxisch op korte termijn, ze zeker nadelig zijn na langdurige blootstelling.

  • ANTIBIOTICA

Het preventief gebruik van antibiotica in de veeteelt is nog steeds een groot probleem. In België vooral in de pluimveesector. Ook de varkens- en kalverhouderij zijn groot gebruikers. Kippen zitten met duizenden dicht bij elkaar opgesloten in stallen. Om overdracht van ziekten te voorkomen krijgen ze preventief antibiotica in hun voeder toegediend. De bacteriën in hun darmen komen in contact met deze medicatie waardoor ze resistentie kunnen ontwikkelen. Resistentie wil zeggen dat bepaalde antibiotica niet meer zullen werken bij infecties veroorzaakt door deze resistente bacteriën. Deze resistente bacteriën komen met de mest in het milieu terecht. Bij het slachtproces kan er mest in contact komen met het vlees waardoor de resistente bacteriën een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid. Dit is de reden waarom het altijd belangrijk is om vlees goed te verhitten.

De antibiotica zelf worden maar voor een 25% opgenomen in hun darmen, de rest komt ook via de mest in het milieu terecht. Via de bemesting van akkers voor de teelt van plantaardige gewassen wordt de mens dus ook via groenten bloot gesteld aan antibiotica afkomstig van de veeteelt

Veeartsen willen het preventief gebruik van antibiotica in de veeteelt tegen 2020 gehalveerd zien.

Als er niets veranderd aan het huidige beleid en er geen nieuwe medicatie ontwikkeld wordt, schat men dat tegen 2050 in Europa jaarlijks 390 000 mensen zullen overlijden aan infecties waar geen behandeling meer voor beschikbaar is. Wereldwijd zou dit cijfer oplopen tot 10 miljoen mensen per jaar. (24-25).

Referenties:

Voordracht dr. Wim Decleer, gynaecoloog AZ Jan Palfijn (Gent) (mede namens Prof.em. Frank Comhaire, internist UGent) op congres "Vrouwen en voeding" op 18/10/2017 van KINTU

18. MIRA (2011) Milieurapport Vlaanderen, Achtergronddocument 2011,
Verspreiding van PCB's, Covaci A., Roosens L., Weijs L., Van Volsem S., Van Hooste H., Vlaamse Milieumaatschappij, www.milieurapport.be

19. MIRA Themabeschrijving Verspreiding van persistente organische polluenten (POP's) , Milieurapport Vlaanderen , Hugo Van Hooste, MIRA, VMM, 5/2013

20. Evaluatie van de impact van endocrien verstorende stoffen op het Noordzee-ecosysteem G. Vandenbergh, T. Verslycke, C. Janssen, W. De Coen, F. Comhaire, W. Dhooge & K. Callebaut Eindverslag Juni 2001

21.Gebromeerde brandvertragers en perfluorverbindingen in Vlaanderen: onderzoek naar verspreiding, humane opname, gehaltes in humane weefsels en/of lichaamsvochten, en gezondheidseffecten als basis voor de selectie van geschikte milieu en gezondheidsindicatoren (BFRISK) Samenvattend rapport Juni 2009 D'Hollander Wendy, Roosens Laurence, Covaci Adrian, Cornelis Christa, Smolders Roel, Van den Heuvel Rosette, de Voogt Pim, Nobels Ingrid, Van Parys Caroline, De Coen Wim, Bervoets Lieven

22. Levels of persistent organic pollutant and their predictors among young adults, Mia V. Gallo, Lawrence M. Schell, Anthony P. DeCaprio, and Agnes Jacobs, Chemosphere. 2011 May ; 83(10): 1374-1382.

23. Environ Toxicol Chem. 2016 Apr;35(4):799-812. doi: 10.1002/etc.3131. Epub 2015 Nov 24. Human pharmaceuticals in the marine environment: Focus on exposure and biological effects in animal species. Fabbri E, Franzellitti S.

24. https://www.eoswetenschap.eu/natuur-milieu/bejaarde-en-vleeskip-dragen-zelfde-resistente-bacterien

25. May 19, 2016 - Tackling Drug-Resistant Infections Globally: final report and recommendations THE REVIEW ON ANTIMICROBIAL RESISTANCE ,JIM O'NEILL


*"TOXICOLOOG HENK TENNEKES: "WE HEBBEN DE DENKFOUT GEMAAKT VOEDSEL MET GIF TE PRODUCEREN." 

https://www.natuurenmens.be/nieuws/we-hebben-de-denkfout-gemaakt-voedsel-met-gif-te-produceren/?fbclid=IwAR2c8BYJz6H01ULVi2weEdwr3PNcK1CN6KP2cdarQnHLUfX3zXZi9wKVrZU


Lindaan en DDT: welk verband met kanker?

https://www.kanker.be/nieuws/lindaan-en-ddt-welk-verband-met-kanker


Organochlorine pesticide residues in human breast tissue and their relationships with clinical and pathological characteristics of breast cancer.

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29923341


*Correlation between toxic organochlorine pesticides and breast cancer

https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/28067071


* De beste manier om pesticiden van appels te krijgen

https://www.eoswetenschap.eu/voeding/de-beste-manier-om-pesticiden-van-appels-te-krijgen